Frans Basis · Les 5.1 · Vrije tijd
Na deze les kun je in een paar zinnen na elkaar vertellen wat je gedaan hebt, met wanneer en waar. Je volgt een kort verhaal van een ander over het weekend en reageert erop.
HerhaalStap 1
Drie vragen over module 4. Probeer het eerst zelf.
LeesStap 2
Het is maandagochtend. Bij de bakker kom je madame Garnier tegen. Ze vraagt hoe je weekend was. Jij vertelt over je uitstapje naar Annecy, een stad aan een meer in de bergen. Zij vertelt over het bezoek van haar kleinkinderen.
Jullie zeggen vous tegen elkaar. Nieuw in deze les: vertellen wat je gedaan hebt.
LuisterStap 3
| Frans | Nederlands |
|---|---|
| hier | gisteren |
| dernier, dernière | vorige, laatste |
| passer | doorbrengen; langsgaan |
| le train | de trein |
| la ville | de stad |
| le lac | het meer |
| la montagne | de berg, de bergen |
| au bord de | aan de rand van, aan |
| regarder | kijken naar |
| dormir | slapen |
| la visite | het bezoek |
| fatigué, fatiguée | moe |
| beau, belle | mooi |
| vieux, vieille | oud |
LeesStap 4
Wat je gedaan hebt, vertel je met avoir en een voltooid deelwoord, net als "ik heb gegeten": j'ai mangé.
| avoir | voltooid deelwoord | |
|---|---|---|
| ik | j'ai | mangé |
| jij | tu as | mangé |
| hij, zij, wij | il a, elle a, on a | mangé |
| u, jullie | vous avez | mangé |
| zij (mv.) | ils ont, elles ont | mangé |
Bij een werkwoord op -er wordt -er een -é: manger, mangé. Je hoort geen verschil: manger en mangé klinken hetzelfde.
Een paar gewone werkwoorden doen het anders. Leer ze zo:
| werkwoord | voltooid deelwoord |
|---|---|
| faire (doen, maken) | fait |
| prendre (nemen) | pris |
| voir (zien) | vu |
| avoir (hebben) | eu |
| dormir (slapen) | dormi |
In het Nederlands schuift het deelwoord naar het eind: "Ik heb gisteren een film gekeken." In het Frans staat het direct na avoir: Hier, j'ai regardé un film. Nooit j'ai un film regardé.
| Nederlands | Frans |
|---|---|
| Ik heb een film gekeken. | J'ai regardé un film. |
| Ik heb de trein genomen. | J'ai pris le train. |
| Wat heb je gedaan? | Qu'est-ce que tu as fait ? |
En let op: waar het Nederlands "zijn" gebruikt, heeft het Frans vaak avoir. "Ik ben begonnen" is j'ai commencé. Werkwoorden met être, zoals "ik ben gegaan", komen in les 6.4.
| Nederlands | Frans |
|---|---|
| gisteren | hier |
| gisteravond | hier soir |
| vorige zaterdag | samedi dernier |
| vorige week | la semaine dernière |
| dit weekend | ce week-end |
C'était super ! betekent: het was geweldig. Die vorm leer je nu als vaste zin.
OefenStap 5
Vul het voltooid deelwoord in van het werkwoord tussen haakjes.
Vul de goede vorm van avoir in.
Denk aan het gesprek. Klopt het?
4 vragen
Sam is met de trein naar Annecy geweest.
Sam heeft zondag een wandeling in de bergen gemaakt.
Madame Garnier heeft met haar kleinkinderen een taart gebakken.
De kleinkinderen hebben één nacht bij haar geslapen.
HerhaalStap 6
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in een café en vraagt de weg, in het Frans zoals je het in Frankrijk hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
Je staat bij de bakker in de rij. Madame Garnier begint. De zinnen van Sam hoor je in een vrouwen- of een mannenstem: kies zelf.
Dit hoor je in het gesprek. Je hoeft het nog niet zelf te zeggen.
| Frans | Nederlands |
|---|---|
| j'ai eu la visite de | ik kreeg bezoek van |
| la nuit | de nacht |
| maintenant | nu |
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na.
| Frans | Nederlands |
|---|---|
| Oui, très bon, merci ! Samedi, j'ai pris le train pour Annecy. | Ja, heel fijn, dank u! Zaterdag heb ik de trein naar Annecy genomen. |
| J'ai visité la vieille ville et j'ai mangé au bord du lac. C'était super ! | Ik heb de oude stad bekeken en aan het meer gegeten. Het was geweldig! |
| Dimanche, j'ai dormi tard ! Et vous, vous avez passé un bon week-end ? | Zondag heb ik lang uitgeslapen! En u, hebt u een fijn weekend gehad? |
| Oh, super ! Ils ont dormi chez vous ? | O, leuk! Hebben ze bij u geslapen? |
| Tu as passé un bon week-end ? | Heb jij een fijn weekend gehad? |
| Hier soir, j'ai regardé un film. | Gisteravond heb ik een film gekeken. |
| Samedi dernier, j'ai fait une promenade au bord du lac. | Vorige zaterdag heb ik aan het meer gewandeld. |
| Qu'est-ce que tu as fait ce week-end ? | Wat heb je dit weekend gedaan? |
1 / 4: Je vraagt Julie of ze een fijn weekend had.
Vertel over je eigen weekend, in twee of drie zinnen. Het voorbeeld is dat van Sam.