Frans Basis · Les 1.1 · Kennismaken
Na deze les kun je iemand begroeten en gedag zeggen, op elk moment van de dag. Je zegt hoe je heet en vraagt hoe de ander heet, met vous of met tu.
HerhaalStap 1
Dit is de eerste les. Een paar Franse woorden ken je vast al, van een vakantie of van de televisie. Probeer het eerst zelf.
LeesStap 2
Je komt aan in Lyon. Je huurt er een paar maanden een appartement. Je belt aan en de verhuurder doet open: Laurent Mercier. Hij geeft je de sleutel.
Op de trap kom je daarna je buurvrouw tegen, Odile Garnier. Ze is ouder dan jij. 's Avonds, als je de deur uit gaat, zie je haar weer.
Monsieur Mercier en madame Garnier zeggen vous tegen je. Jij zegt ook vous tegen hen. Zo spreek je in Frankrijk iemand aan die je niet kent of net hebt leren kennen.
In het gesprek heet je Sam. Zelf zeg je natuurlijk je eigen naam. In het gesprek zegt Sam enchanté. Ben je een vrouw, dan schrijf je enchantée; je hoort geen verschil.
LuisterStap 3
| Frans | Nederlands |
|---|---|
| bonjour | goedendag, hallo (overdag) |
| bonsoir | goedenavond |
| salut | hoi; doei |
| au revoir | tot ziens |
| merci | dank je, dank u |
| s'il vous plaît | alstublieft |
| pardon | sorry, pardon |
| bienvenue | welkom |
| oui | ja |
| monsieur | meneer |
| madame | mevrouw |
| être, je suis | zijn, ik ben |
| la clé | de sleutel |
| la voisine, le voisin | de buurvrouw, de buurman |
LeesStap 4
Monsieur Mercier vraagt: Vous êtes Sam ? Jij antwoordt: Je suis Sam. Dat is het werkwoord être, zijn.
| Nederlands | Frans |
|---|---|
| ik ben | je suis |
| jij bent | tu es |
| hij is, zij is | il est, elle est |
| u bent | vous êtes |
In het Nederlands zeg je "u bent" of "u is". In het Frans hoort bij vous altijd êtes: vous êtes, nooit vous est. Dat klinkt Nederlands, maar is fout.
Een tweede valkuil: Nederlanders zeggen snel tu. In Frankrijk gaat vous veel langer mee dan "u" in Nederland. Twijfel je, zeg dan vous. Mag het tu zijn, dan vraagt de ander het wel: On se tutoie ? Dat betekent: zullen we jij zeggen?
| vous | tu | |
|---|---|---|
| tegen wie | iemand die je niet kent, de verhuurder, de buurvrouw, een verkoper | een vriend, familie, een kind, iemand op je taalcursus |
| groeten | Bonjour, madame ! | Salut ! |
| hoe heet je? | Comment vous appelez-vous ? | Tu t'appelles comment ? |
| hoe gaat het? | Comment allez-vous ? | Ça va ? |
| gedag zeggen | Au revoir, madame ! | Salut ! of À bientôt ! |
Salut betekent zowel hoi als doei. Je zegt het alleen tegen iemand met wie je tu zegt.
OefenStap 5
Kies wat je zegt.
4 vragen
Je praat met monsieur Mercier, de verhuurder. Je vraagt hoe hij heet.
Op je taalcursus zit iemand naast je. Je vraagt hoe die heet.
Je groet madame Garnier, je buurvrouw.
Een vriend vraagt Ça va ? Wat vraag je terug?
Vul de goede vorm van être in.
LeesStap 6
HerhaalStap 7
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in een café en vraagt de weg, in het Frans zoals je het in Frankrijk hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
Het gesprek gaat in drie stukjes. Luister er een paar keer naar. De zinnen van Sam hoor je in een vrouwen- of een mannenstem: kies zelf.
Monsieur Mercier doet open. Hij begint.
Je sjouwt een doos de trap op en loopt bijna tegen madame Garnier aan. Jij begint.
Je gaat de deur uit. Madame Garnier staat bij de brievenbussen. Zij begint.
Dit hoor je in het gesprek. Je hoeft het nog niet zelf te zeggen.
| Frans | Nederlands |
|---|---|
| Voici la clé. | Hier is de sleutel. |
| Je vous en prie. | Graag gedaan. |
| Ce n'est rien. | Geeft niets. |
| votre voisine | uw buurvrouw. Dit soort woorden leer je in les 1.4. |
| Bonne soirée ! | Fijne avond! |
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na. Eerst de zinnen uit het gesprek, met vous.
| Frans | Nederlands |
|---|---|
| Oui, bonjour ! Je suis Sam. | Ja, goedendag! Ik ben Sam. |
| Merci, monsieur Mercier ! | Dank u, meneer Mercier! |
| Oh, pardon, madame ! | O, sorry, mevrouw! |
| Bonjour ! Je m'appelle Sam. Comment vous appelez-vous ? | Goedendag! Ik heet Sam. Hoe heet u? |
| Enchantée, madame Garnier. | Aangenaam, mevrouw Garnier (als vrouw). |
| Enchanté, madame Garnier. | Aangenaam, mevrouw Garnier (als man). |
| Comment allez-vous ? | Hoe gaat het met u? |
| Bonsoir, madame Garnier ! Très bien, merci. Et vous ? | Goedenavond, mevrouw Garnier! Heel goed, dank u. En met u? |
| Merci, vous aussi. Au revoir ! | Dank u, u ook. Tot ziens! |
Zo begin je een gesprek met iemand tegen wie je tu zegt: een vriend, familie, iemand op je taalcursus.
| Frans | Nederlands |
|---|---|
| Salut ! Je m'appelle Sam. Et toi, tu t'appelles comment ? | Hoi! Ik heet Sam. En jij, hoe heet jij? |
| Salut, ça va ? | Hoi, hoe gaat het? |
| Ça va bien, merci. Et toi ? | Goed, dank je. En met jou? |
| Salut, à bientôt ! | Doei, tot gauw! |
Denk aan het gesprek. Klopt het?
4 vragen
Laurent Mercier is de verhuurder.
Madame Garnier zegt tu tegen jou.
's Avonds groet madame Garnier je met bonjour.
Madame Garnier is je buurvrouw.
1 / 4: Monsieur Mercier doet open: Bonjour ! Vous êtes Sam ?
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je.